volg ons op:

Gebitsverzorging

De tandheelkunde bij gezelschapsdieren heeft een groot aantal overeenkomsten met de tandheelkunde bij de mens. Het gaat tenslotte om de behandeling van de tanden en kiezen in de bek/mond. Er zijn echter ook grote verschillen aan te geven tussen de humane tandheelkunde en de tandheelkunde bij gezelschapsdieren. Het grootste verschil is dat de mens zich meestal vrijwillig goed in de mond laat kijken maar dat dat bij dieren eerder uitzondering is. Een compleet onderzoek van het gebit zal dan ook onder verdoving plaatsvinden, een inspectie lukt vaak wel bij het wakkere dier.

Onder de diersoorten onderling bestaan grote verschillen en daarom loopt de anatomie en de functie van de tanden en kiezen bij hun ook sterk uiteen: de scheurkies van de kat heeft een totaal andere ontwikkeling en bouw dan de overeenkomstige kies bij een cavia; de hoektand van de hond heeft weer een andere bouw en functie dan die van een mens of van een olifant…

Hoe de tanden op elkaar staan (occlusie) hangt weer nauw samen met de verschillende soorten voeding. Zo hebben carnivoren kiezen met een scheurfunctie en de kiezen van herbivoren juist een maalfunctie. De kauwfunctie van het gebit is uiterst belangrijk, veel kant-en-klare diervoeders stellen aan deze kauwfunctie nog maar weinig eisen. Net als mensen kunnen honden en katten tegenwoordig zonder een enkele tand of kies probleemloos aan hun voedingsbehoeften voldoen. Spelen bij dieren een minder grote rol. Toch heeft het gebit ook bij dieren vaak een belangrijke sociale functie.

De ontwikkeling van het gebit bij de mens en de diverse diersoorten is sterk verschillend. Zo komen er bij dieren gebitselementen voor die levenslang doorgroeien, zoals bij de snijtanden en kiezen van konijnen en knaagdieren. Zowel honden als katten wisselen van een melkgebit naar een volwassen gebit als ze rond de 4 maanden zijn. Rond de 8 maanden is het gebit uitgewisseld.

Waarom aandacht voor het gebit?
Bij onvoldoende verzorging zal op de tanden en kiezen tandplak ontstaan dat langzaam verandert in tandsteen. In de tandplak huizen vele bacteriën die een onaangename stank uit de bek veroorzaken. De hond of kat wordt daardoor als huisgenoot (en knuffeldier) minder aantrekkelijk.

tandheelkunde

Daarnaast veroorzaakt tandbederf ook bij dieren pijn. Mensen kunnen precies aangeven dat ze pijn hebben, maar dieren niet. Extra zorg is hier op zijn plaats.

Ontstoken tanden en kiezen kunnen de oorzaak zijn van ontstekingen elders in het lichaam. Bacteriën in tandplak veroorzaken meer schade aan het gebit behalve de stank. Eerst ontstaat er een ontsteking aan het tandvlees, welke zich steeds verder uitbreidt. Op den duur kunnen bacteriën uit de mondholte in het bloed terechtkomen en problemen aan hart, nier, longen en gewrichten veroorzaken. Gebitsverzorging is dus zeker geen overbodige luxe!