volg ons op:

Sterilisatie

De begrippen castratie en sterilisatie worden vaak onjuist gebruikt. Bij castratie denken we vaak aan het onvruchtbaar maken van mannelijke dieren, bij sterilisatie aan het onvruchtbaar maken van vrouwelijke dieren. Dat is niet het geval, ook zij worden gecastreerd.

In het kort: bij castratie worden de zaadballen of eierstokken weggenomen. De zaadcellen en eicellen kunnen niet meer worden aangemaakt. Bij sterilisatie worden de zaadleiders of de eileiders alleen onderbroken. De zaadcel of de eicel wordt dus nog wel aangemaakt, maar kan niet meer op de plaats van bestemming terecht komen. In de volksmond, maar ook bij ons in de kliniek wordt met sterilisatie dus eigenlijk castratie bedoeld.

Er zijn meerdere redenen om een voedster (vrouwelijk konijn) te ‘steriliseren’. Als een mannelijk en vrouwelijk konijn samen worden gehuisvest, wordt vaak gekozen voor castratie van de rammelaar omdat dit een minder ingrijpende operatie is. Konijnen kunnen al geslachtsrijp zijn vanaf een leeftijd van 3-5 maanden.

Vrouwtjeskonijnen hebben op latere leeftijd een vrij grote kans op baarmoederkanker of baarmoederontstekingen. Deze problemen zijn te voorkomen door voedsters vanaf de leeftijd van 6 maanden te laten ‘steriliseren’. Behalve de eierstokken wordt ook de baarmoeder verwijderd.

konijn

De sterilisatie van een voedster gebeurt onder algehele narcose. Uw konijn krijgt tijdens de ingreep zuurstof en narcosegas toegediend. Vooraf aan de ingreep wordt een pijnstillende injectie gegeven, en u krijgt pijnstilling en een middel die de darmbewegingen stimuleert mee naar huis.

Terug naar: Konijn