volg ons op:

Sterilisatie

De begrippen castratie en sterilisatie worden vaak onjuist gebruikt. Bij castratie denken we vaak aan het onvruchtbaar maken van mannelijke dieren, bij sterilisatie aan het onvruchtbaar maken van vrouwelijke dieren. Dat is niet het geval, ook zij worden gecastreerd.

In het kort: bij castratie worden de zaadballen of eierstokken weggenomen. De zaadcellen en eicellen kunnen niet meer worden aangemaakt. Bij sterilisatie worden de zaadleiders of de eileiders alleen onderbroken. De zaadcel of de eicel wordt dus nog wel aangemaakt, maar kan niet meer op de plaats van bestemming terecht komen. In de volksmond, maar ook bij ons in de kliniek wordt met sterilisatie dus eigenlijk castratie bedoeld.

Om op latere leeftijd een aantal ziektes (melkkliertumoren, baarmoederontsteking en suikerziekte) voor een groot deel te kunnen voorkomen, is het verstandig uw teef op jonge leeftijd te laten ‘steriliseren’. Daarnaast wordt uw teef niet meer loops waardoor ze niet meer schijnzwanger kan worden en geen nestje meer kan krijgen.

Volgens de laatste wetenschappelijke onderzoeken is het advies om uw hond 3 maanden na de eerste loopsheid te steriliseren. Deze 3 maanden worden gerekend vanaf het begin van de loopsheid. Zo zit de teef ruimschoots na de loopsheid en ook voldoende lang voor de volgende.

Terug naar: Hond